Hele dikke appel
Ik zit in de trein met een hele dikke appel. Niet als reisgenoot overigens. Ik heb, hoewel het er geen tientallen zijn, heus vrienden. Soms reis ik met een vriend. Vandaag reis ik met een appel. Hij is van het merk Sprank en hij is echt verbazingwekkend dik uitgevallen. Ik kies nooit voor Sprank-appels. Geef mij doorgaans maar een frisse Jazz-appel, of soms een Pink Lady. Als kind was ik gek op Granny Smiths - hoe zuurder hoe beter - maar die liefde lijkt bekoeld en ik zou je niet precies kunnen vertellen hoe dat komt. Misschien ben ik vandaag de dag wat zuurder van mezelf, wie zal het zeggen.
De dikke appel lag op de fruitafdeling van de Albert Heijn op het stationsplein van Utrecht. Er lagen een stuk of acht soortgenoten om ‘m heen. Het was niet eens mijn eerste keuze, deze dikke appel, moet ik eerlijk bekennen. De eerste appel die ik pakte - ook niet van het formaat kabouter - had een verborgen beurse plek onderop. Die heb ik dus maar stiekem teruggelegd. Daarna was de dikke appel weerloos verloren en ging ie met me mee.
Om dikke appels te kweken moet je in de zomer de kleinere vruchten verwijderen uit de appelboom. Een selectie op leven en dood. Door de kleine appels de nek om te draaien kanaliseer je de energie naar een paar succesnummers en bevorder je hun groei. Dat hebben ze bij Sprank goed begrepen.
Appels worden in het najaar geoogst. En toch heb ik op 28 maart een dikke, verse, knapperige appel in de hand. Dit is mogelijk doordat sommige appels lekker mogen slapen na de oogst. Dat doen ze in luchtdichte kamers waar de temperatuur rond het vriespunt ligt. De dikke appel is dus net weer wakker en bevindt zich nu ergens tussen Amersfoort en Zwolle.
Ik heb nog geen hap gegeten van de dikke appel. Ik ga er zo aan beginnen. Het eten van een appel gaat bij mij volgens vast verloop. Ik eet als eerst de evenaar (ik heb er geen ander woord voor) rond. Het resultaat: het logo van het televisieprogramma Klokhuis, maar dan zonder de letters. Daarna draai ik ‘m met het steeltje naar boven en eet ik de bovenste ‘klifjes’ rondom op, om ‘m vervolgens 180 graden om te draaien en het zelfde te doen met de onderkant van de appel.
Mensen die lukraak in een appel gaan zitten happen kan ik niet aanzien, je denkt toch na over hoe je dat aanvliegt? Maar wat nog erger is, is als iemand (meestal m’n vriendin, soms een conducteur) een hapje van mijn appel vraagt en mijn systeem van happen niet respecteert. Ik ben niet te beroerd om een deel van mijn appel te delen. Het enige dat ik van je vraag is mijn met zorg uitgestippelde bijtroute te volgen. Op de paden blijven! Zet je een misstap, dan is de appel voor jou, ik hoef ‘m niet terug.
Ik ga er zo aan beginnen, aan de dikke appel. Ik verheug me er enorm op. Van boom, naar vrachtwagen, naar slaapkamer, naar Utrecht, naar de Albert Heijn, naar de trein, naar Amersfoort... Maar Zwolle gaat ie helaas niet halen.


Ik had nog nooit stilgestaan bij de manier hoe ik doorgaans een appel eet. Vandaag er toch achter gekomen dat ik mij volledig kan vinden in deze 'eerst evenaar dan klifjes' methode.
“Dit is geen snack meer, dit is een levensfilosofie